Kokkel


De kokkel heeft als wetenschappelijke naam: Cerastoderma edule.

Kokkels leven vlak onder de oppervlakte van het sediment, meestal niet dieper dan 2 cm. Kokkels worden niet ouder dan 4-5 jaar.

Door middel van twee korte sifo's pompt de kokkel water over zijn kieuwen en filtert zo de in het water aanwezige voedingsstoffen, te weten zwevend materiaal en fytoplankton uit (suspension-feeding). Een twee jaar oude kokkel pompt gemiddeld ongeveer een halve liter water per uur langs zijn kieuwen. Dit betekent dat de totale kokkelpopulatie in de Waddenzee in enkele weken tijd het gehele volume van de Waddenzee doorpompt.

Als je op het wad ronddobbert in een rubberbootje en het is bijna laagwater dan kun je de sifo's van de kokkels boven het sediment zien uitsteken. Als je de kokkels laat schrikken, bijvoorbeeld door op je bootje te slaan, dan trekken ze in een fractie van een seconde de sifo naar beneden.

De kokkel wordt gezien zijn ondiepe levenswijze tegen predators beschermd door een stevige schelp. Predatoren of rovers zijn in het geval van de kokkel meestal wadvogels zoals bijvoorbeeld de scholekster en de eidereend.

Kokkels zijn door hun gebondenheid aan de oppervlakte en hun onvermogen om zich dieper in te graven, gevoellig voor strenge winters, er treden dan sterftepercentages op afhankelijk van de leeftijd van tussen de 30% en 90%.


www.kokkels.nl