Mosselen

De mossel is het meest bekende en geliefde schelpdier. Hij behoort tot de bivalven of tweekleppigen. Dat wil zeggen dat deze schelpdieren omsloten worden door twee scharnierende kleppen.

 

Mosselen zijn weekdieren, die vooral in de kustgebieden leven. In de Oosterschelde en de Waddenzee komen zij in grote aantallen voor. In het voorjaar en de zomer vindt de voortplanting plaats.


De kleur van het mosselvlees verschilt van blank tot oranje. Deze kleurvariatie hangt samen met de dikte van de schelp. Dikke schelpen laten weinig licht door en bieden daarom blanke mosselen. De kleur is echter geen kwaliteitskenmerk.

 

Het voedsel van de mossel bestaat uit planktonalgen, die zij bemachtigen door het langsstromende zeewater te filteren. Mosseltjes van ongeveer 1 centimeter groot noemt men mosselzaad. Wanneer de mosselen circa 4 tot 5 cm lengte hebben, worden ze zogenaamde 'halfwasmosselen'genoemd. Na ongeveer twee jaar zijn de mosselen 6 tot 7 centimeter groot en geschikt voor de verkoop als consumptiemossel.

 

Bij de Zeeuwse mosselen spreken we van een bodemcultuur. De mosselen worden op bodem gekweekt. Daarnaast is er in Nederland een aantal mosselkwekers die met een zogenaamde hangcultuurmossel werken. Hierbij worden de mosselen aan touwen gekweekt. De mosselen hangen in het water boven de bodem waar ze gemakkelijker aan voedsel kunnen komen.