Oester

Holle of platte oesters tronen al sinds de Oudheid op de zeevruchtenschotel. Dankzij het weelderige en malse vlees met een min of meer uitgesproken jodiumsmaak en zoute en fruitige accenten zijn oesters een uitgelezen lekkernij. Holle oesters zijn het meest courant. Platte oesters met hun verfijnde smaak zijn zeldzamer, want fragieler. Er zijn platte oesters uit Zeeland, die worden gekweekt op een beschermde plek in de Oosterschelde, platte Colchester-oesters (Groot-Brittannië), die worden gekweekt in de kreken van het eiland Mersea, ze hebben een delicaat hazelnootaroma, en Bretoense belons, afkomstig van de baai van Cancale. Tot de holle oesters behoren de fines de claires van Marennes d'Oléron. Ze danken hun naam aan de claires, ondiepe en zeer beschermde bassins waarin ze worden gecultiveerd. Hun vlees is grijsgroen van kleur en de smaak is vrij uitgesproken en jodiumhoudend. Holle oesters uit Normandië zijn sterk van smaak en jodiumhoudend en die uit Zeeland hebben een fijne smaak. Dan zijn er nog de holle oesters van Bouzigues met een heel zachte smaak, die worden gecultiveerd op touwen aan de oevers van de Middellandse Zee in de baai van Thau. Dankzij deze voedselrijke omgeving leveren deze oesters heel veel vlees.

Hermafrodiet !

De oester is een hermafrodiet en heeft dus de verbazende eigenschap dat ze zichzelf kan voortplanten. Platte oesters veranderen van geslacht na elke zaadlozing; holle oesters na de bevruchtingsperiode.