Schapenkaas

Schapen worden al sinds mensenheugenis gehouden voor melk, wol en vlees. Schapenkaas is de oudst bekende kaassoort en dateert van voor onze jaartelling. Vooral op kwalitatief mindere gronden waar geen melkkoeien gehouden konden worden hoedde men schapen, ze werden dan ook wel de "koeien van de armen" genoemd.

In Nederland werd van oudsher het Nederlandse Melkschaap gehouden. Door markt-omstandigheden was het ras zo'n 30 jaar geleden bijna verdwenen. De meeste veehouders waren overgestapt op melkkoeien en slechts een handvol enthousiaste fokkers heeft het originele melkschaap gered.

Er bestaat schapenkaas in heel veel variëteiten, de bekendste is de Roquefort uit Frankrijk. Jonge en jongbelegen schapenkaas is mild en romig van smaak. Als de kaas langer gerijpt is wordt de smaak typerend “schaapachtig” en wordt zeer gewaardeerd door liefhebbers van karaktervolle kaas. Het is geschikt voor mensen met “koemelk-allergie”. Schapenkaas is rijk aan vitamine A, B en C en heeft hiervan veel hogere gehalten dan koeien- en geitenkaas. Vooral Vitamine B13 (Orootzuur) is uniek. Dit staat bekend als gunstig voor maag- en darmflora